Stad pleegt hold-up op de reuzen

Blijkbaar heeft het Truiense stadsbestuur ontdekt dat er zowat overal in de stad zeven reuzen liggen of staan te verkommeren. Decennia lang heeft men er niet naar omgekeken, ze werden zelfs tegengewerkt. Maar nu blijken ze weer hot en pakt het bestuur uit met grootse plannen. Maar ze vergeten in al hun persteksten en mededelingen over die reuzen dat er één organisatie in de stad zich al die tijd wel heeft ontfermd over die reuzen, zonder veel stadssteun. De Koninklijke Keizerlijke Commanderie van de Edele Haspengouwse Fruyteniers en hun Gastronomie.

De maarschalken van de Commanderie  haalden de reuzen vanonder het stof vandaan, zochten financiële middelen om de noodzakelijke herstellingen uit te voeren en zorgden ervoor dat de reuzen toch nog in het openbaar verschenen. Ze riskeerden lijf en leden om de zeer zware en onhandelbare reuzen op te stellen, een hachelijk gevaarlijk avontuur, op bepaalde ogenblikken met behulp van gewone ijzeren plukladders omdat de stad plots geen heftruck meer wilde ter beschikking stellen. Als die reuzen al die jaren nog zichtbaar waren, was dat dank zij de Commanderie. Zelfs een initiatief van de Commanderie om een reuzenstoet te organiseren in Sint-Truiden werd vakkundig gekelderd: de Grote Markt werd daarvoor niet (zelfs niet gedeeltelijk) verkeersvrij gemaakt en mocht dus ook niet gebruikt worden. Er waren zelfs plannen om een nieuwe reus te maken om de wijnteelt, die opmars maakt in de regio, in de verf te zetten. Maar hulp van de stad? Noppes.

Plots stort de politiek zich weer op de reuzen maar in geen enkel persdocument vinden we de inspanningen van de Commanderie terug, alsof die niet zou bestaan. Als erevoorzitter van die Commanderie ben ik niet meer op de hoogte van de bilaterale contacten tussen Commanderie en stadsbestuur en de betrokkenheid van de keizerlijke maarschalken bij dit initiatief, maar aan de informatie te zien moeten die minimaal tot nihil geweest zijn.

Het is echter goed dat de stad eindelijk de reuzenpopulatie herontdekt, maar ze vergeten de voedstervaders die ze al die jaren in leven hebben gehouden. Ondertussen kregen een viertal reuzen al een onderkomen in de Festraetsstudio als museale objecten (want niet meer buiten te laten) en wil men de andere exemplaren opnieuw lichter te maken voor het transport, het opstellen en de optochten.  Dat zijn kosten die de Commanderie zelf niet kan dragen. Nochtans leeft de reuzentraditie in onze buurgemeenten wel: Landen en Zoutleeuw zijn mooie voorbeelden. Maar, beste stadsbestuur, blijf voor ogen houden dat, als er geen Keizerlijke Commanderie was geweest, de reuzen al lang waren afgevoerd naar het containerpark door een gebrek aan aandacht vanwege de eigenaars van (sommige) reuzen: het stadsbestuur, en hiermee bedoel ik al diegenen die sedert 2013 onze stad bestuurd hebben.

Maar, beste stadsbestuur, goed bezig! Beter dan je voorgangers! Maar laat je bijstaan door een groep met expertise, kennis van zaken en ervaring met de reuzen, een organisatie die ontzettend veel tijd en energie in de reuzen gestoken heeft, die door een duister socialist en pseudo-journalist ooit de Ku Klux Klan van Sint-Truiden genoemd werd, maar die op vrijwillige basis ontzettend veel werk verzet voor Sint-Truiden en de fruitteelt, de Keizerlijke Commanderie. En stop met de pluimen op de hoed van een drietal schepenen te willen steken.