Is sport nog sport?

Hoeveel tienduizenden sportliefhebbers steken hun geld als supporter en hun vrije tijd als vrijwilliger in de sport. Uit liefde voor de “goede zaak”, uit overtuiging “voor een hoger doel”, uit onwetendheid hoe er uiteindelijk met hun tijd en centen wordt gerammeld door de top van de verschillende competities. Ik plaats hiermee niet alle, goedwillige sportievelingen op de schop, maar twee feiten typeren dit weekend de minachting van de bobo’s voor die mensen en voor hun eigen reglementen.

Nemen we eerst de vrijwillig en bewust niet gefloten penalty van STVV tegen Union. Bij de valse Brusselaars houdt men vol dat er geen vuiltje in de lucht was en de arbiter had op dat moment stront in zijn ogen (en geld in zijn zak). Het is vandaag al dinsdag en vanuit de KBVB kwam er nog geen signaal dat dit over de schreef was. Een sanctie voor deze competitievervalser in het fluogroen of -oranje is zelfs niet voorzien, toch zeker niet tegen de onwaarschijnlijke nummer één van de Belgische arbitrage. En wat de Brusselaars betreft, met notabene een Truienaar aan het roer, hen wens ik alle mogelijke onheil toe en sportief zullen ze nooit een ware laat staan een waardige kampioen zijn.

Een tweede afknapper voor de neutrale sportkijker was de Ronde van Vlaanderen. De beste coureur mag dan wel gewonnen hebben, maar volgens alle reglementen had hij zelfs nooit aan de eindmeet mogen staan. Met een arrogantie van jewelste negeerden een aantal renners het stopteken van eens seingever aan het rode licht van een overweg. En wat mochten zij van de bobo’s: verder rijden alsof er niks aan de hand was terwijl verwijdering uit de koers in het reglement staat. Een prachtig voorbeeld voor al die zotten die rode lichten, al dan niet aan overwegen, negeren. Een voor die miljoenenvreters levert dat een boete van een paar honderd euro op, een boete waarmee ze zich een breuk lachen. Het is niet omdat er namen als Pogacar of Evenepoel het terechte slachtoffer van de wet zouden zijn, dat die wet voor één keer naar de prullenmand moet terwijl de volgende overtreder bij een kermiskoers er wel uit wordt gesmeten.

Twee feiten die mijn geloof in topsport aan het wankelen brengen en mijn respect voor alle echte sportamateurs alleen maar groter maakt. Het grote geld wint het van de kleine man, en daar kan ik me niet mee verzoenen. Dus: FOERT ERMEE.