De cowboys komen ons de les spellen

In de 18de eeuw hebben Fransen en Engelsen mekaar het leven zuur gemaakt in de strijd voor de macht in wat later de USA zijn geworden. Toen ze het eens waren  (lees moe gestreden) en de onafhankelijkheid uitriepen, werden ze het blijkbaar eens, maar er was niemand meer om die onafhankelijkheid van te eisen. De oorspronkelijke bewoners waren de ofwel uitgemoorde of de in reservaten gedumpte Indianen, een smet op het koloniale verleden van deze twee superieure Europese staten, die zelfs het lugubere kolonialisme van Leopold II overstijgt.

Net de vertegenwoordiger van deze moordstaat, die rijk werd door de indianen uit te moorden en de geïmporteerde slaven tot hun dood uit te melken, komt nu West-Europa de les spellen, een westerse regering terechtwijzen, de grondwettelijke rechten en plichten op de schop gooien en het ongeoorloofde als Amerikaans normaal opleggen. En wie duikt er weer op in het onfrisse verhaal van besnijdenissen door malafide joodse pastoors: de N-VA; bij monde van de rabiate Michael Freilich, zoals zijn naam verraadt: een jood zonder voorhuid, in een vorig leven nog hoofdredacteur van het reactionaire blad Joods Actueel. Hij had in de States de kat de bel aangebonden. Daar was hij meer dan welkom gezien de sympathieën tussen N-VA en MAGA (Trumpisme, Make America Great Again). Na zijn stappen tegen een besnijdenisverbod door charletans, het schofferen van de regering en een prominent lid ervan, heeft hij nu ook Conner Rousseau op de zwarte lijst van MAGA geplaatst. Pas op, ik zou die rode parvenu ook soms een paar oorvegen willen geven, maar af en toe heeft hij gelijk. En ondertussen blijven de topmensen van de N-VA dat ultrarechts gedoe vanuit Amerika steunen in woord en daad, ook hun parlementslid zonder voorhuid. Gaan ze binnenkort ook met verwijderen van de clitoris met een verroest broodmes in een lugubere achterkeuken ook vergoelijken

Het maakt nog maar eens overduidelijk met welke middelen Antwerpse politici hun wil opdringen, de joodse lobby te wille zijn en schijt hebben aan onze instellingen:  met achterbaks gekonkelfoes in Washington, in Brussel en in Antwerpen en achteraf te zeggen “wir haben es nicht gewusst”.

De piemel van een zeven dagen oude joodse jongen is blijkbaar veel belangrijker dan de tientallen doden die er elke dag nog vallen in de Gaza ondanks een staak-het-vuren, de vele hectaren grond die van Palestijnen gestolen worden in Palestina door al even rabiate kolonisten, ook allemaal zonder voorhuid. In Antwerpen staan ze op hun achterste poten omdat het gerecht onafhankelijk een onderzoek doet naar “koosjere” activiteiten van rabbi’s die met de mond het bloed van de piemels af zuigen, maar als het over mensenlevens gaat is het akelig stil in de Antwerpse diamantwijk, hierbij dapper geholpen door de N-VA. We zijn op een zeer gevaarlijk punt gearriveerd, beste premier. En u bent medeschuldig!